Hinterland

Gisteren was ​Hinterland.

Gisteren was het Hinterland die regio die zeer nauwe banden had met de stad, met de haven, met het economische centrum. Hoewel ‘nauwe banden’ de relatie onrecht aandoet door enige vrijblijvendheid te impliceren. De stad of haven kon niet zonder het ​Hinterland en het ​Hinterland niet zonder de draaischijf om de hoek. Er was sprake van symbiose, ​mutualisme om preciezer te zijn; ​een wederzijdse nood, waar iedereen baat heeft bij de relatie (+/+). Ook al sloop de idee erin dat het​ Hinterland schatplichtig was aan de stad of haven. Zowel naar import als naar export toe was de bedrijvigheid van de stad net
zo afhankelijk van haar Hinterland.

De goederen die de haven verlieten werden aangeleverd door het ​Hinterland en de goederen die er werden ingevoerd werden afgenomen door het Hinterland. De grootte van het ​Hinterland werd bepaald door de snelheid, het gemak en de kost van de transportmogelijkheden tussen de economische hub – de stad of haven – en ​ het ​Hinterland. Net zoals de groei van het economische centrum evenredig was aan de productie- en afname-capaciteit van de achter- en omliggende regio. De symbiose was compleet vanuit de wederzijdse nood en het wederzijdse respect.

De productie- en afname-capaciteit van het ​Hinterland kon echter de honger voor groei van de stad of haven niet volgen. De bevolkingsaangroei samen met de verstedelijking of ​urbanisatie liet de balans naar een kant hellen en het mutualisme veranderde geleidelijk in ​commensalisme – nog steeds symbiose, maar een ​ waar slechts een van de twee partijen de ‘win’ heeft en de tweede partij onbeïnvloed blijft, maw noch een ‘win’, noch een ‘verlies’ kan optekenen (+/0).

De fysieke groei van de stad bracht wel een verlies aan groen, ruimte en zuurstof mee, maar die bleef verwaarloosbaar in het grotere geheel. Ook al werd de afstand naar en van het ​Hinterland bijgevolg groter en ontstond er de nood om kleine stukken groen, kleine stukken publieke ruimte te creëren binnen de stadsmuren. Niet hetzelfde als voorheen, waar die ruimte en zuurstof opgezocht kon worden voorbij de muur, maar het was terug dichtbij, zonder veel moeite te bereiken. Bijzonder contradictorisch aan de gecreëerde publieke ruimte was de niet-te-stoppen opmars van haar regelementering, die van de publieke ruimte een van de meest gestuurde en sturende ruimtes maakte. Facebook startte ook met een nood aan de exponentieel groeiende achterban van gebruikers, tot die ​ big data werden en bijgevolg steeds strikter ‘in formatie’ dienden gestoken.

Vandaag is​ Hinderland.

Vandaag is ​Hinderland geen geijkte term, maar wel de geijkte lading geworden. De symbiose die startte als mutualisme (+/+), daarna geleidelijk verschoof naar commensalisme (+/0) onder de druk van zowel globalisatie als urbanisatie, glijdt nu zonder remmen en met toenemende snelheid verder op het gladde ijs van ​ parasitisme (+/-) – ​ waar de win van een partij het verlies van de andere partij betekent. Het beginpunt van de ​ ruricide [1] ligt hier. Ruricide spreekt over “het collectieve, bewust en compleet opgeven van het landelijke gebied” wat in ​Hinderland nog niet aan de orde is, alleen is de mindset, nodig om naar dat “complete opgeven” te gaan, ​gemeengoed aan het worden.

De geürbaniseerde centra worden steeds groter en dichter bevolkt. De aantrekking van de stad wordt niet alleen groter voor de bevolking uit het ​Hinderland , ze wordt bewust gestuurd de enige aanvaardbare optie. ‘Aanvaardbaar’ hier verkocht als niet-uitgesloten, kunnen genieten van alle publieke diensten en de basis-welvaart van de maatschappij. De ​terugloop van jonge gezinnen is ondertussen evident. Op het eerste gezicht een klassiek ​ kip-en-ei -verhaal, maar bij nader inzien toch minder ambigu. Marketing-departementen uit de stad zetten bewust ​niet in op de bevolking van het ​Hinderland. De vooruitgang-aansturende technologieën laten de akkers van het ​Hinderland eveneens onontgonnen.

Het speerpunt-technologisch niveau werd reeds in de 20ste eeuw bereikt – wat betreft agrarische activiteiten aangestuurd door de mens, of beter, de boer. Enkel de totale automatisatie van de voedselwinning is nog een uitdaging, én een die ​de trek naar de stad niet zal tegengaan, ​au contraire. Technologie beweerde nooit neutraal te zijn en blijkt even afhankelijk van geld als van energie. Zelfs de return on investment (ROI) om de nieuwste fibernet-kabels naar de reeds hoogtechnologische boerderijen te trekken staat in het negatief. “Sneller internet, laat aardappelen niet sneller groeien. […] Daarenboven slinkt de afzetmarkt er met de nanoseconde”, zo melden de communicatieverantwoordelijken van de grotere telecombedrijven.

Vlaanderen is geen uitzondering binnen West-Europa, met 3 boeren die hun activiteit stopzetten per dag, 6 hectares agrarische grond die per dag verdwijnen en een gemiddelde leeftijd van 55+ voor de boeren die nog standvast geaard blijven in het niet-verharde gebied – ​het EU gemiddelde ligt al boven de 60 grens. Zodra scholen sluiten in het Hinderland komen de jonge gezinnen ook niet meer terug. Worden er geen winkels meer vernieuwd. De cultuurclash, die reeds van het Hinterland-tijdperk heerst, wordt alsmaar verder in de hand gewerkt: culturele centra sluiten, maar ook het lokale café. Het sociale leven wordt incestueus. Medische zorgen blijven achter. Huizen worden niet verkocht, openbare diensten nemen af: de bussen rijden niet frequent en steeds minder ver, de bibliotheken promoten bestsellers van 3 jaar terug. Het leven wordt er dadaïstischer met het uur, maar de oorsprong van de term is er ironisch genoeg niet gekend. De hinder, inherent aan een parasitaire symbiose, wordt door beide partijen achter de virtuele muur onderschreven: hinderlijk grote afstanden en bijgevolg hinderlijke kosten vanuit het kamp van het centrum & een hinderlijk gebrek aan gemeenschapsdiensten en inclusiviteitsgevoel vanuit het ​Hinderland-kamp.

Pensioen in het ​Hinderland kent slechts 2 gezichten, en beide zijn vervreemd: alleen uitkijken op een wijds landschap dat toeliet de tocht van de kinderen naar de universiteitsstad te financieren ​ of de generationele historie aan de elementen overlaten en in de serviceflat in de stad wachten op het wekelijkse bezoek van de kleinkinderen om samen naar natuurdocumentaires te staren op het scherm, wetende dat ze nooit in ruikafstand zullen komen van een levend varken. Het historische belang van nabijheid blijft ook vandaag actueel, alleen neemt het een wending. Gisteren was het belangrijk dat de boer dicht bij zijn akker woonde en dat de voedsel- en goederenvoorziening van het centrum net zo dichtbij lag. Vandaag blijkt die nabijheid – bijzonder contradictorische – belangrijk om te facebooken met de andere kant van de wereld; nabijheid van de server. Onder de kerktoren stopt de bedrijvigheid, om terug opgenomen te worden in de schaduw van de internetserver. We ploegen verder. In het laatste uur van de dag nog een finale stuiptrekking van het ​Hinderland dat – net zoals de ​ gentrificatie kunstenaars naar achtergelaten industriële panden in de stad zag trekken – de minst-bedeelden de gedevalueerde immo ziet innemen. De armsten wisten in de stad al niet te genieten van de publieke diensten, waardoor ze die ook niet missen in het ​Hinderland, ze vinden er wel iets belangrijk dat het centrum niet biedt – aan hen – nl. rudimentaire bescherming tegen de elementen. In tegenstelling tot de ​ gentrificatie waar de kunstenaars naar verloop van tijd zichzelf in het vlees snijden aangezien de regio opgewaardeerd wordt louter door hun aanwezige activiteit, kent het ​Hinderland geen opwaardering door de armsten onderdak te geven, ​au contraire.

De verharding van land in West-Europa.

Morgen is ​Ginderland.

Morgen is Ginderland het einde van de symbiose die eeuwen standhield. Zonder waardeoordeel – ​ we weten niet wat de toekomst brengt – het logische gevolg van wat reeds in beweging werd gezet. De herwildering [2]​ – trend waar de ​ herintroductie van wilde dieren in semi-privé, semi-publieke regio’s binnen of aan de rand van het verstedelijkte centrum wordt doorgevoerd dekt meer dan oorspronkelijk bedoeld. Niet enkel ‘teruggeven aan de natuur’ (mens > natuur) maar ook ‘terugnemen door de natuur’ (mens < natuur). Daar waar op globale schaal de urbanisatie verder gaat, komen steeds meer woongebieden uit het Hinderland volledig leeg te staan. Het aanhoudende terugschroeven van diensten richting omliggende rurale gebieden, is een trage maar effectieve ruricide die kleine spooksteden of grote spookdorpen oplevert. De winkels gesloten, de straten in volle ontbinding, de boerderijen verlaten, de akkers overgroeid – alleen niet met oogstbare gewassen – veranderen het rurale gebied in een gelaagd natuurgebied. Een die we al meerdere keren zagen opkomen in onze menselijke en maatschappelijke evolutie; de restanten van verloren culturen al eeuwen overgroeid met majestueuze bomen, bevolkt door gemeenschappen van apen, herten, zwijnen, … zijn al lang populaire toeristische trekpleisters, waar elke stedeling zich even Indiana Jones voelt als er in colonne vanaf de busparkeerplaats door de jungle wordt getrokken om ‘uit het niets’ een schim van een tempel te ontwaren en vast te leggen met de verplichte ​selfie. De toekomstige jungle van Calais wordt effectief een jungle die in plaats van een denigrerende term voor menselijke wildgroei de natuurlijke ​herwildering aanduidt. – ​ Opmerkelijk dat menselijke wildgroei met een natuurlijke term denigrerend wordt of is dat eerder betekenisvol? – Eens de ruricide een feit en de natuur haar verloren gebieden heeft teruggevorderd zal de inter-menselijke cultuurclash abrupt eindigen. Geen stadscultuur tegenover rurale cultuur meer – enkel nog stedelijke subculturen. Het Noorse ​allemansretten [3] ​wordt niet zozeer een globaal ‘recht’ dan een ‘persoonlijk risico’. Iedereen heeft het recht om door de jungle te trekken – ​ginder voorbij de rand van de megastad – zo ook de beren, wolven en lynxen die geen geënsceneerde introductie nodig hadden om de herwonnen gebieden – en mogelijk belangrijker – de afwezigheid van de mens te bestendigen. Geen sprake van gecontroleerde publieke groene zone tussen de megasteden.

Dit spel heet ‘opgestaan is plaats vergaan’. De nabijheid is nu territoriaal van aard. ​Ginderland is het exact tegenovergestelde van onze megaverstedelijking. Pure ruimte, land, groen, natuur en zuurstof die ongemoeid, ongecontroleerd de andere realiteit presenteert. Het zijn waartegen de menselijke aard zich sinds gisteren verzet; tastbaar t.o.v. virtueel, natuur t.o.v. beschaving. Bijzonder contradictorisch wordt dit laatste net de reden voor de inter-menselijke en inter-maatschappelijke strijd om de publieke ruimte die nu volledig binnen de muren ligt van het centrum. De grens wordt tastbaarder dan ooit. De natuurlijke nood aan onvervuilde lucht wordt schrijnender naarmate de nabijheid van de ander onvermijdelijker wordt. Economie heeft letterlijk geen zuurstof nodig, de mens die de economie aandrijft helaas wel – een stukje zijn die niet te negeren valt. Morgen houdt ​ Ginderland de mens een onvermijdelijke spiegel voor … de eeuwenoude spiegel van balans.

thierry mortier, 31.1.2017

Notas

[1] Ruricide (de; Zelfst. naamwoord)
Het collectieve, bewust en compleet opgeven van een landelijk gebied – vaak als gevolg van de verstedelijking. “Na de ruricide van 2005, zijn al de menselijke constructies en sporen van vroegere bewoning verdwenen door het geleidelijke terugeisen van het gebied door de natuur.”

[2] Herwildering
http://www.velt.be/pers/opiniestukken/herwildering

[3] Allemansretten (NO) – recht van overpad
In Noorwegen heeft iedereen onbeperkt recht op vrije toegang (zeg maar : gaan en staan waar u wilt) tot het platteland en de nationale parken. Oorspronkelijk een traditioneel recht maar tegenwoordig omgezet in een wet die het recht op vrije toegang regelt. Het is belangrijk om te weten dat dit recht is gebaseerd op respect voor het landschap en de bezoeker moet altijd ontzag tonen voor boeren en landeigenaars, andere gebruikers en het milieu.